Zijn vrouwen geboren vredesonderhandelaars?

 

india

Een Syrisch vredesakkoord in Genève lijkt nog ver weg. Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans zei het nog zo: bij dat overleg moet je ook vrouwen betrekken. Die zijn volgens Timmermans ‘een essentieel onderdeel van de oplossing’. Daarmee doelt hij waarschijnlijk op een bijzondere eigenschap die vooral aan het vrouwelijke geslacht wordt toegedicht: een vrouw weet intuïtief tijdens heetgebakerde conflicten vrede te sluiten, waar een man juist hopeloos agressief blijft. Dus hup, meer dames aan de overlegtafel en klaar is Kees?

Nou, nee. Als vrouwen zich tijdens conflicten vreedzamer opstellen dan mannen, laten ze dat in ieder geval niet bepaald blijken wanneer ze zelf aan de macht zijn. Margaret Thatcher bijvoorbeeld, van 1979 tot 1990 premier van het Verenigd Koninkrijk, stuurde een legermacht op de Falklandeilanden af en noemde in 1989 de Amerikaanse president George H.W. Bush ‘zwak’ toen hij twijfelde of militair ingrijpen in Irak wel verstandig was. En Golda Meïr, begin jaren zeventig premier van Israël, oogde weliswaar als een charmante grootmoeder, maar wees alle mogelijke verzoeningsakkoorden die aan haar werden voorgelegd van de hand.

Van Thatcher en Meïr werd weleens gezegd dat ze meer man dan vrouw waren – de uitzonderingen die de regel bevestigen. Voor de vredelievende kracht van vrouwen moet je volgens onderzoekster Betty Reardon bij alledaagse moeders wezen. In haar boek Women and Peace schrijft ze het zo: ‘De moeders van de wereld, als zorgdragers voor jonge kinderen, zijn in de kern beschavende opvoeders van vrede.’

De Noorse psychologe Inger Skjelsbæk gelooft er niets van. Sterker nog: moederschap kan juist oorlogszucht en geweld in de hand werken, merkt ze op in haar boek Gender and Peace. Tijdens de Vietnamoorlog waren vrouwen bijvoorbeeld flink vertegenwoordigd in de Vietcong, de communistische verzetsgroep destijds. De vrouwen deden dat om hun kinderen en land te beschermen. Ze stuurden hun kroost van huis en gingen vervolgens zelf knokken.

In Amerika reageerden moeders tijdens de Vietnamoorlog juist met verzet: ze wilden hun zonen niet meer aan het conflict verliezen. Het verschil met de moeders in Vietnam, zo stelt Skjelsbæk, onthult dat deze reactie meer afhankelijk is van cultuur dan van moederschap of vrouwelijkheid.

Hoe zich dat allemaal vertaalt naar een verzoeningsgesprek zoals nu voor Syrië plaatsvindt, is lastig te zeggen. Wel is het zeker dat mannen en vrouwen, wanneer ze door onderzoekers worden gevraagd naar hun houding tegenover een vreedzame oplossing, eigenlijk niet veel van elkaar verschillen. Dat blijkt uit onderzoek van politicoloog Richard Eichenberg van Tufts University. Eichenberg verzamelde in 2007 tientallen Europese en Amerikaanse enquêtes die steun voor oorlog of een vreedzame oplossing hadden gepeild. Toentertijd bleek 57 procent van de Nederlandse mannen oorlog soms noodzakelijk te vinden, tegenover 40 procent van de vrouwen.

Bekijk die cijfers eens anders: nog altijd wil 43 procent van de mannen absoluut geen oorlog, net als 60 procent van de vrouwen. Daarmee komen we op een belangrijk punt: onderling verschillen vrouwen net zoveel van elkaar als dat ze gemiddeld van mannen verschillen. Dat betekent dat het grootste verschil in vreedzaamheid met iets anders te maken heeft dan het geslachtsorgaan dat al dan niet tussen de benen bungelt.

Wat iemand dan precies vreedzaam maakt, is natuurlijk weer een andere vraag. In elk geval hoeven we niet te verwachten dat de Syrische vredesonderhandeling ineens wonderbaarlijk de goede kant op gaat zodra er vrouwen aanschuiven. Wat niet wegneemt dat er misschien andere goede redenen zijn om vrouwen uit te nodigen. Zoals het feit dat ze een belangrijk deel van de bevolking vertegenwoordigen, bijvoorbeeld?

Dit artikel verscheen in de Volkskrant op 11 januari 2014.

de Volkskrant

 

 

 

Ronald Veldhuizen

freelance wetenschapsjournalist | boek: Eet Mij | onderwerpen: eetgedrag, evolutie, psychologie, mariene biologie | fotograaf | amateurfilosoof

Leave a comment

name*

email* (not published)

website